|
|

|
|
In het begin van een schooljaar
Kim Wijnen wordt aangemeld op de G.S. Jan van Brabant (Rijpelberg/Brouwhuis). Zij lijdt aan het Syndroom van Robinow. In het basisonderwijs heeft zij 18 maanden verzuimd als gevolg van haar ziektebeeld. Als vroeg in het schooljaar wordt duidelijk dat Kim in januari 2001 een vierde operatie moet ondergaan, waardoor zij voor langere tijd aan bed gekluisterd zal zijn.
De ambulante begeleider van de mytylschool Eindhoven neemt in een vroeg stadium contact op met de zorgcoördinator van de school en stelt voor een poging te wagen de moderne media in te zetten voor ondersteuning naar Kim toe.
Van idee tot actie
Er wordt een werkgroep gevormd waarin de ouders van Kim, de ambulante begeleider van de Mytylschool Eindhoven, de consulent Zieke Leerling, twee deskundigen uit de ICT-sector, de zorgcoördinator en de systeembeheerder van de school zitting nemen. Zij realiseren na veel inspanning en een actieve bijdrage van eenieder (werkgroep, docenten, Kim, de ouders van Kim) in een paar maanden onderwijs op afstand. Dit betekent dat met behulp van webcams en de computer (beeld en geluid) een rechtstreekse verbinding tussen huiskamer en schoolklas gerealiseerd wordt.
Voorbereiding en uitvoering
In korte tijd wordt een scholingsmodule samengesteld en aan alle betrokkenen aangeboden. In twee avondbijeenkomsten worden de docenten, Kim, de ouders van Kim en een aantal leerlingen uit de klas van Kim voorbereid op het kunnen hanteren van de noodzakelijke techniek als basis voor een digitale verbinding. Op deze wijze heeft Kim 22 lesuren op weekbasis vanuit haar bed rechtsreeks kunnen volgen. Zij is gedurende een periode van 13 weken medeleerling van klas 1c gebleven.
Het resultaat
Kim heeft geen achterstand in het onderwijsprogramma opgelopen. Na ruim drie maanden sluit zij naadloos aan bij het lesprogramma van de klas. Ze heeft zich gedurende deze tijd "op school" thuis gevoeld. Ze voelt zich bij het wel en wee in de klas betrokken. Op het einde van het schooljaar is Kim met een zeer goed en een volledig rapport bevorderd naar klas 2.
De voortgang
De werkgroep heeft het project uitvoerig geëvalueerd. Tijdens de uitvoering van het project blijkt al snel dat Kim geen uitzondering is. Er is sprake van een probleem met een onacceptabele omvang. Uit contacten met o.a. het Ministerie van OCenW te Zoetermeer blijkt dat onderwijsverlegenheid bij leerlingen met een functiebeperking met name in het voortgezet onderwijs een zeer knellend probleem is.
Daarop besluit de werkgroep haar ervaring en deskundigheid in te gaan zetten voor de langdurig zieke leerling in het voortgezet onderwijs. De werkgroep gaat over in de Stichting Digibeter en zoekt op korte termijn mogelijkheden om de ervaringen van het project "Kim Wijnen" te implementeren in een nieuw project bij één of meerdere leerlingen in het voortgezet onderwijs. Op langere termijn wil de werkgroep zoeken naar oplossingen op grotere schaal. |
|
|
|
|
|